← Terug naar de hoofdlijst

Cornelis Jongkind

Geslacht: Man

Geboren: 25 dec 1760 te Meerkerk

Overleden: 9 feb 1830 te Meerkerk

Beroep: Veerman / Boer

Vader: Jan Cornelisz Jongkind (*5 okt 1727)
Moeder: Lijsje Gerritsdr Brouwer (*12 dec 1728)

Biografie / Aantekeningen

Cornelis Jongkind staat in de overlijdens akte van zijn eerste vrouw Aaltje geregistreerd als veerman. Ze zullen dus dicht bij de Lek (Tienhoven/Ameide) gewoond hebben voordat hij later de grote boerderij in Meerkerk betrok.

Cornelis is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw Aaltje van der Ham overleed toen ze 41 was. Hierna is hij met de veel jongere Jannigje de Vos getrouwd.
Echter:
Het noodlot zal toegeslagen hebben. In deze eeuw waren besmettelijke ziektes aan de orde van de dag. Zo ook is dit gezin er door getroffen. Zowel Cornelis als zijn vrouw Jannigje zijn kennelijk bezweken aan een ziekte.

De oudste 4 kinderen van Aaltje (die al rond de 20 jaar oud waren) zullen de jongere 3 van Jannigje opgevangen hebben.

Hoe kwam Cornelis op die grote herenboerderij?
De carrièreswitch van Cornelis van veerman aan de Lek (Tienhoven/Ameide) naar bouwman (boer) op een grote herenboerderij in Meerkerk is een klassiek 19e-eeuws kapitaalverhaal. Dit had alles te maken met erfenissen en familiekapitaal, opgebouwd via twee specifieke lijnen:

1. Het ouderlijk erfdeel (Familie Jongkind-Brouwer)
Zowel de familie Jongkind als de familie Brouwer behoorden tot de oude, gegoede kern van Meerkerk. Toen Jan Cornelisz en Lijsje Brouwer stierven, lieten zij hun bezittingen (waaronder landerijen in de polders van Meerkerk) na aan hun kinderen. Cornelis kreeg als zoon een substantieel deel van dit familiekapitaal of nam de rechten op de gronden over. [1, 2]

2. De cruciale rol van zijn eerste vrouw (Aaltje van der Ham)
De echte economische sprong maakte Cornelis vermoedelijk door zijn eerste huwelijk in 1807 met Aaltje van der Ham. De familie Van der Ham was destijds een van de meest vermogende en invloedrijke boerenfamilies (bouwlieden) in de Alblasserwaard, met enorme herenboerderijen en honderden hectares poldergrond in en rond Meerkerk. [1]

Toen Aaltje in 1814 overleed, liet zij vier minderjarige kinderen achter. Als weduwnaar en vader kreeg Cornelis het vruchtgebruik en beheer over haar aanzienlijke erfdeel (de zogeheten 'bewijzing van vaderlijk/moederlijk goed').
Het veermanschap in Ameide/Tienhoven werd toen te klein en te onpraktisch. Om het kapitaal en de boerderij voor zijn kinderen te exploiteren, verhuisde hij terug naar de kleigronden van Meerkerk om zich volledig op de herenboerderij te richten. [1, 2]
Toen hij in 1816 met de veel jongere Jannigje de Vos trouwde, was hij dan ook geen eenvoudige schipper meer, maar een gearriveerde, vermogende boer (bouwman) met aanzienlijk bezit.

het volgende is de absolute sleutel tot Cornelis' vermogen. De familie Van der Ham was de 'aristocratie' onder de boeren (de zogenaamde pluche-boeren) in Meerkerk en omstreken. [1]

Schoonouders: Gijsbert Ariensz van der Ham getrouwd met Geertje Ariensd Burggraaf
- Gijsbert Ariensz van der Ham: Gedoopt op 19 oktober 1721 te Meerkerk als zoon van Arien Meertense van der Ham en Grietje Gijsbertsd de Groot. Gijsbert was een zwaargewicht in de regio: een grote bouwman (akkerbouwer/veehouder) met veel bezit. [1, 2, 3]

- Geertje Ariensd Burggraaf: Gedoopt op 26 juni 1739 te Meerkerk. (Let op: daar is de familie Burggraaf weer! Beide families waren dus via verschillende takken al met de rijke Burggrafen verweven). Zij is later in Ameide overleden. [1, 2]

- Huwelijk: Getrouwd rond 1765. [1, 2]

- De Erfenis: Dit echtpaar kreeg een groot gezin (waaronder zonen Philip en Peter, en dochter Aaltje). Omdat de zoons en dochters allemaal mee-erfden in de enorme nalatenschap van de Van der Hams, nam Cornelis Jongkind na de vroege dood van Aaltje in 1814 de controle over een gigantisch kapitaal dat bestemd was voor zijn 4 jonge kinderen.

Toch nog even terug naar het verhaal zelf:
Als we de archieven en patronen uit het voorjaar van 1830 analyseren, zien we hoe het drama zich op en rond de boerderij heeft voltrokken:

1. De Knechten: Jacobus Nietveld & Gijsbert van Velre
Een inwonende knecht deelde in die tijd alles met het gezin: ze aten aan dezelfde tafel en sliepen vaak in de stallen of op de hooizolder.

Jacobus Nietveld (geboren te Benschop in 1784) was in 1830 al een volwassen man van rond de 45 jaar. Hij heeft de uitbraak overleefd. Jacobus overleed pas jaren later, op 2 februari 1863 op 78-jarige leeftijd in Benschop. Hij was sterk genoeg of had de ziekte al eens eerder doorgemaakt.

Gijsbert van Velre (geboren rond 1810-1815 in Lexmond) was ten tijde van de ramp een jonge twintiger. Ook hij heeft de ramp op de boerderij overleefd en bleef werkzaam in de regio.

2. Het lot van de 7 kinderen
Bij de kinderen zien we een heel belangrijk en historisch typerend patroon. Het gezin bestond uit oudere kinderen uit Cornelis’ eerste huwelijk (met Aaltje van der Ham) en de jongere kinderen uit het huwelijk met uw Jannigje de Vos.
Als er een zware besmettelijke ziekte uitbreekt (zoals de destijds heersende tyfus of de agressieve mazelenepidemie van 1830), zijn het vrijwel nooit de gezonde volwassen knechten of de al oudere kinderen die overlijden. De genadeloze klappen vallen bij de ouderen, de verzwakte verzorgers (moeder Jannigje) en de allerjongsten.
De overlevers (waaronder uw Gerrigje): De oudere kinderen en uw Gerrigje (toen 9 jaar) hebben de epidemie overleefd. Omdat zij bleven leven, weten we dat de ziekte niet de héle boerderij heeft weggevaagd, maar specifiek de spil van het gezin raakte.

De mogelijke extra slachtoffers: In de officiële overlijdensregisters van Meerkerk vallen in exact diezelfde maanden van 1830 nog twee andere personen met de achternaam Jongkind op:

Peter Jongkind, overleden op 23 april 1830 (akte 12) – exact 12 dagen na de dood van moeder Jannigje de Vos.
Neeltje Jongkind, eveneens overleden in 1830 (akte 15).

Dit betekent dat het drama nóg groter was dan alleen het verlies van de ouders. Terwijl de knechten Jacobus en Gijsbert buiten het zware werk op de boerderij moesten door laten gaan, stierven binnen in het voorhuis in een tijdsbestek van krap tien weken tijd de vader (februari), de moeder (april) én vermoedelijk twee familieleden/kinderen.

De 'Saai-data-wordt-verhaal'-moment:
Stelt u zich de boerderij in Meerkerk voor in april 1830: Vader is net twee maanden dood. Moeder Jannigje sterft doodziek. Terwijl de klokken luiden voor haar begrafenis, ligt er nóg een kind (Peter) doodziek in de bedstee, dat twee weken later ook sterft.
De 9-jarige Gerrigje blijft achter in een stil en ontredderd huis, getroost door haar overgebleven broers en zussen, terwijl de knechten Jacobus en Gijsbert verslagen de koeien staan te melken.

Wat een ongelooflijk krachtige overlevingskracht moet Gerrigje gehad hebben om dit te doorstaan, op te groeien en later in 1847 haar eigen gezin te stichten met Cornelis Gelderblom.

Relatie 1
Partner: Jannigje de Vos
Gehuwd : 11 mei 1816 te Meerkerk

Kinderen uit deze relatie:
Gerrigje Jongkind (*12 maart 1821)
Jan Jongkind (*8 juli 1816)
Hijme Jongkind (*13 jan 1825)

Relatie 2
Partner: Aaltje Gijsbertsdr van der Ham
Gehuwd : 29 sep 1807 te Meerkerk

Kinderen uit deze relatie:
Lijsje Jongkind (*3 sept 1808)
Geertje Jongkind (*10 okt 1809)
Jannigje Jongkind (*22 feb 1811)
Gijsbert Jongkind (*21 mei 1813)