← Terug naar de hoofdlijst

Roelof Jongkees

Geslacht: Man

Geboren: 15 juli 1782 te Den Helder

Beroep: Rijksopzichter der fortificatie

Foto

Vader: Jan Cornelisz Jongkees (*10 nov 1743)
Moeder: Aagje Dirks Brouwer (*27 feb 1747)

Biografie / Aantekeningen

De maritieme bloei van onze Helderse voorouders kwam begin 19e eeuw abrupt tot stilstand. Door de Franse bezetting onder Napoleon en de Engelse zeeblokkades viel de zeevaart volledig stil. Het dwong de trotse zeemansfamilie Jongkees tot een historisch besluit. Vader Roelof Jongkees (1782) pakte rond 1810 zijn biezen en verruilde de zilte zeelucht van Den Helder voor de vruchtbare klei van de nieuwe polder Wieringerwaard. Het was het begin van een landwaartse migratie die de familie uiteindelijk naar de provincie Utrecht zou brengen—waar zijn dochter Aagje Jongkees jaren later haar Willem Visser zou ontmoeten.

In 1829 woont Roelof mijn gezin aan de oude gracht 70 in Utrecht. Hij is dan Rijksopzichter der Fortificatiën.
Roelof Jongkees, geboren op 15 juli 1782 in Den Helder, leefde inderdaad in een cruciale en fascinerende periode van de Nederlandse geschiedenis. Na het vertrek van de Fransen in 1813 werd onder Koning Willem I de Nieuwe Hollandse Waterlinie grootschalig opgezet. Utrecht werd hierdoor het centrale en strategische middelpunt van de verdediging van Nederland.

Een rijksopzichter der fortificatiën (vaak kortweg opzichter van fortificatiën genoemd) was een bouwkundig opzichter en technisch ambtenaar of militair binnen de Nederlandse krijgsmacht. Deze functionaris was verantwoordelijk voor het ontwerpen, bouwen en onderhouden van militaire verdedigingswerken, zoals forten, kazernes, bunkers en linies.
De functie viel historisch gezien onder de Dienst der Fortificatiën en het Korps Ingenieurs van de Regiment Genietroepen. De mensen in deze functie stonden in de wandelgangen ook wel bekend als 'fortificateurs'.

Wat hield de functie precies in?
Toezicht op de bouw:
De opzichter hield op de bouwplaats direct toezicht op de aannemers en ambachtslieden die werkten aan de defensiewerken (zoals onderdelen van de Stelling van Amsterdam of de Nieuwe Hollandse Waterlinie).

Onderhoud en beheer:
Hij controleerde of bestaande militaire gebouwen, bomvrije kazematten, wallen en sluissystemen in tact en operationeel bleven.

Administratie en tekenwerk:
De opzichter maakte bestekken, hield materiaal- en urenlijsten bij en maakte gedetailleerde bouwtekeningen. Hij werkte daarbij nauw samen met de Eerstaanwezend Ingenieur van de Genie in die specifieke militaire regio. [1, 2]

De wederopbouw rondom Utrecht (Vanaf 1814):
Toen Roelof aan het werk was (begin 1800, met name de decennia na 1814), was Utrecht één grote militaire bouwput. Omdat de oude verdedigingslinies door de Franse tijd verouderd waren, werd besloten de Waterlinie naar het oosten (dus achter Utrecht langs) te verplaatsen.

Omdat Roelof in Utrecht woonde is er een grote kans dat hij heeft meegewerkt aan de Stelling van Utrecht (onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Denk hierbij aan de bekende forten rondom de stad, zoals Fort bij Rijnauwen, Fort Honswijk of Fort bij Vechten, die precies in zijn actieve werkzame periode (circa 1860-1900) zijn gebouwd of vernieuwd. Als rijksopzichter der fortificatiën in Utrecht zat hij in de absolute hoogtijdagen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De Vier Lunetten op de Utrechtse heuvelrug: Deze iconische, halvemaanvormige forten (Lunet I, II, III en IV) werden gebouwd tussen 1822 en 1828 om de toegangswegen tot de stad Utrecht te bewaken.
Fort Honswijk en Fort Everdingen: Grotere forten aan de Lek die destijds in de steigers werden gezet om de rivierdoorgangen te blokkeren.

Militaire gebouwen in de stad:
De Genie zat destijds zwaar verankerd in de stad Utrecht zelf. Denk aan de Kromhoutkazerne (gebouwd aan het eind van zijn carrière) of de vele militaire magazijnen rondom het Wolvenplein en de Wittevrouwenpoort.

Als Rijksopzichter hield Roelof zich specifiek bezig met de dagelijkse, praktische leiding over de bouw en het onderhoud van de verdedigingswerken:

Was hij militair en welke rang had hij?
Ja en nee, dat lag in die tijd genuanceerd. Een opzichter der fortificatiën was een technisch ambtenaar in militaire dienst (vallend onder het Ministerie van Oorlog en het Korps Ingenieurs).

Zijn status: Hij droeg wel een uniform, werkte op militaire bases en viel onder de krijgstucht, maar hij was in de eerste plaats een bouwkundig specialist, geen gevechtsmilitair.

Zijn rang:
Zijn officiële rang was 'Opzichter der fortificatiën' (vaak ingedeeld in 3e, 2e of 1e klasse). Dit stond in de militaire hiërarchie ongeveer gelijk aan de rang van een adjudant of onderofficier, maar met de specifieke bevoegdheden van een bouwopzichter. In de praktijk gaf hij op de bouwplaats leiding aan burgeraannemers en metselaars, en legde hij verantwoording af aan de kapitein of majoor van de Genie.

2. Wat deed hij concreet op de bouwplaats?
Als civieltechnisch opzichter was hij geen theoretische strateeg, maar de man met de voeten in de klei. Zijn dagelijkse taken omvatten onder andere:

Kwaliteitscontrole van materialen:
Fortificaties in deze periode moesten bomvrij worden gemaakt. Roelof controleerde de aanvoer van miljoenen bakstenen, het tras (onderwatermortel) en de kwaliteit van het metselwerk.

Toezicht op de grondwerken:
Forten werden omgeven door enorme aarden wallen en diepe grachten. Hij stuurde de aannemers en de honderden daggelders aan die met de hand (met schop en kruiwagen) deze enorme hoeveelheden grond moesten verplaatsen.

Samenwerking met de Genie:
Hij werkte nauw samen met de Eerstaanwezend Ingenieurs der Genie. De ingenieurs maakten de blauwdrukken; Roelof zorgde dat het daadwerkelijk zo gebouwd werd. [1, 2]

Zijn adres op de Oudegracht
Dat hij aan de Oudegracht woonde, onderstreept zijn aanzien. De Oudegracht was het kloppende hart van de Utrechtse binnenstad en gereserveerd voor de beter gesitueerde burgerij, ambtenaren en officieren.


Relatie 1
Partner: Lijstbeth Jans (Elizabeth) Walig
Gehuwd : 14 aug 1803 te Den Helder

Kinderen uit deze relatie:
Aagje Jongkees (*30 okt 1803)